Parkinson
Ik ben een keer neergezet als een man die aan Parkinson leed. Zijn vrouw wilde hem nog bij alles betrekken en wilde ook weten of ze daar goed aan deed. Ik voelde mij net alsof ik in een enorme wattenbol zat. Ik hoorde alles maar gedempt en zag alles vaag. Het gevoel in die wattenbol was heerlijk en rustgevend. Ik had geen behoefte om van alles te doen. Ik voelde me juist heerlijk in m’n wattenbol ook omdat ik er wel bij hoorde en voelde dat ik geliefd was.
Zonder woorden
Ik ben ook een keer zonder woorden neergezet in een opstelling door de mogelijkmaker. Ik voelde al heel snel dat ik niet verder kon. Ik voelde alsof ik met m’n neus tegen een muur stond omdat ik niets kon zien. Veel later hoorde ik dat ik iemand was die heel slechtziend was. Dat was een hele ervaring.
Tijd
Ik ben ook een keer neergezet als de tijd. Dat was een hele prettige ervaring. Ik speelde verstoppertje met een de jonge ik van de vraagsteller. Ik wilde me niet laten vangen en had wel een half uur de slappe lach.